Extra voordelen: Log in! Ontdek uw voordeel als lid van Partena Ziekenfonds of Partenamut
NL

28/05/2019

Slapen Kinderen

Slaap, kindje, slaap

Een kwestie die veel ouders van jonge kinderen – vaak ook letterlijk – wakker houdt: hoeveel moet mijn kindje slapen? Jonge ouders maken zich wel eens wat zorgen over het slaappatroon van hun kleine dreumes. De eerste jaren verandert het slaappatroon van kinderen heel wat. Het is dan ook helemaal niet gemakkelijk als je kindje het ene moment mooi doorslaapt, plots elke nacht schreeuwend wakker wordt.

Slaapbehoefte van een kind

Slaapbehoefte van een kind

Niet elk kind heeft evenveel slaap nodig en z’n slaapbehoefte hangt heel erg af van de leeftijd. Een pasgeboren baby slaapt nog bijna de hele dag door. Vanaf zo’n 6-tal weken kan een baby al tot 6 uur doorslapen. ’s Nachts worden ze dan maar twee tot drie keer wakker voor een voeding.

Vanaf 6 maanden kan een baby 6 tot 8 uur aan een stuk doorslapen en dat bouwt op tot 10 à 12 uur per nacht. Daarnaast doen kleine kinderen ook middagdutjes. Deze verminderen geleidelijk aan van 2 à 3 uur naar 1 à 2 uur. Van zodra kinderen naar de lagere school gaan, hebben ze geen nood meer aan een middagdutje.

Elk kind is uniek. Maar je dus zeker geen zorgen als je kind iets meer of minder slaapt.

Waarom een kind plots moeilijker doorslaapt

Het creëren van een goed slaappatroon vraagt soms wat energie en doorzettingsvermogen – en het slaappatroon kan dan plots eens veranderen. Terwijl je kind de ene maand voorbeeldig doorslaapt, kan hij de volgende maand elke nacht het hele huis wakker houden.

Bij baby’s kan het slaappatroon plots veranderen door zijn mentale en fysieke ontwikkeling. Hij leert zitten, staan, kruipen, … Ook als baby’s tandjes krijgen, ziek zijn, scheidingsangst of andere ongemakken hebben, kunnen ze een periode minder goed slapen.

Vanaf een jaar ontwikkelen kinderen ook hun eigen willetje. En dat kan ook invloed hebben op hun slaappatroon. Ze willen bijvoorbeeld niet naar bed en proberen bedtijd zolang mogelijk uit te stellen. Ze worden ’s nachts wakker en komen vaak uit bed of ze staan voor dag en dauw op. Dit kan te maken hebben met een drukkere periode, overgang naar een groter bed, het krijgen van meer temperament,..

Wat kan je doen?

Een veranderend slaappatroon kan voor de ouders heel belastend en vermoeiend zijn. Maar het is belangrijk om je kind zo snel mogelijk weer in het juiste slaapritme te krijgen. Want kinderen hebben nood aan vaste structuur en voldoende slaap voor hun ontwikkeling en groei.

Volgende tips helpen je alvast een handje.

1. Zorg voor een duidelijke structuur & beloon je kindje

1. Zorg voor een duidelijke structuur & beloon je kindje

- Creëer een vast dagritme met een vast tijdstip om op te staan, te eten, zich te wassen en aan te kleden en om naar bed te gaan.
- Geef duidelijk aan wanneer het bedtijd is en wees kordaat.

Geef duidelijk aan dat het bedtijd is en dat je kindje in bed moet blijven slapen tot het opnieuw ochtend is. Als je kindje tot de volgende morgen in bed heeft blijven liggen, kan je het belonen met een mooi compliment. Dat is ook goed voor z’n zelfvertrouwen.

2. Hanteer een vast slaapritueel

2. Hanteer een vast slaapritueel

Een slaapritueel bestaat uit een aantal vaste gewoonten die elke dag herhaald worden voor het slapengaan. Het zorgt ervoor dat een kind begrijpt dat het bedtijd is.

- Het ideale slaapritueel duurt niet langer dan een halfuur en voer je consequent elke dag uit.
- Fysieke slaaprituelen: naar toilet gaan of pamper verversen, pyjama aandoen, tanden poetsen en gezicht wassen.
- Mentale slaaprituelen: zorg voor een rustig einde van de dag, lees een verhaaltje of zing een liedje, praat zachtjes en geef hem nog een dikke knuffel van mama of papa voor het slapengaan.

3. Creëer een rustige en veilige slaapomgeving

3. Creëer een rustige en veilige slaapomgeving

- Neem prikkelfactors weg uit de slaapomgeving, zoals speelgoed, televisie.
- Zorg dat de kamer niet te warm of te koud is: 16°C tot 18°C is perfect. Laat de kamer ook voldoende verluchten zodat er genoeg zuurstof is.
- Laat een lichtje aan als je kindje dat graag heeft of maak de kamer net voldoende donker.
- Een knuffel in bed kan troost geven.
- Kies voor het juiste bedje met een goede matras.
- Ruim de kamer op.

4. Kies het juiste moment

4. Kies het juiste moment

Kinderen zijn vlak voor het slapengaan korte tijd extra actief. Dan zullen ze niet in slaap vallen. Leer de tekenen kennen van je kindje wanneer het tijd is om naar bed te gaan.
- Geeuwen
- Het hoofdje heen en weer bewegen
- Bleker worden
- In de ogen wrijven
- Aan het oortje komen 
- …

Een kind ontwikkelt elke dag verder en maakt ook heel wat mee op een dag. Kinderen dromen dan ook heel vaak om alle prikkels van de dag te verwerken. Als hij wakker wordt uit een droom kan hij wat angstig zijn of moeilijk terug inslapen. Probeer dan je kindje in z’n eigen bed te troosten en laat het licht uit. Praat zachtjes, maar steek het licht niet aan. Het is belangrijk dat je kind beseft dat het nog nacht is. Probeer het troostmoment zo kort mogelijk te houden zodat je kindje opnieuw zelf kan inslapen.